Zoeken

(Zelf)vertrouwen

Bijgewerkt: mei 20

Dit artikel gaat over het vertrouwen van de hond in jou en zijn omgeving, zijn zelfvertrouwen en het vertrouwen van jou in je hond. Het stuk eindigt met enkele vragen en een "take home message".


Vertrouwen in jou en zijn omgeving

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Dit spreekwoord is zeker van toepassing in de eerste maanden dat je je adoptiehond uit het buitenland hebt. Hoe komt dat?


In het artikel “Een kersverse adoptiehond in huis? Neem een maand vrij!” vergelijk ik de reis van je hond van straat/asiel/pension naar jouw huis met een ontvoering, waarbij je dagen in een geblindeerde bus reist en vervolgens in een onbekende omgeving in een wildvreemd huis terechtkomt met mensen die je niet kent en niet verstaat. Je lichaam is totaal ontregeld en je voelt je onveilig.


Nog afgezien van het verleden van je hond, waarin hij mogelijk geen of negatieve associaties met allerlei prikkels heeft opgedaan, moet de reis van het buitenland naar jou (en je gezin) ongeveer hetzelfde voelen als die ontvoering. Je hond is in de eerste dagen, weken en misschien wel maanden bij jou fysiek instabiel en uit balans en hij voelt zich niet veilig.


Volgens de hiërarchie van behoeften van dieren (Mills en anderen, 2013) zijn fysieke balans en stabiliteit en veiligheid de eerste twee behoeften van een hond. De eerste behoefte is voorwaardelijk voor de tweede, dus als je hond door de reis dagen niet of moeilijk heeft kunnen ontlasten en nauwelijks heeft kunnen eten, dan zal hij zich nog niet veilig kunnen gaan voelen. De complete hiërarchie ziet er als volgt uit:

1. Fysieke balans en stabiliteit

2. Veiligheid voor hemzelf, resources en anderen die belangrijk zijn voor het dier

3. Sociaal gedrag als onderdeel van een groep

4. Vertrouwen en de mogelijkheid om om te gaan met onzekerheid

5. Problemen oplossen (Bladder, 2018).


Vertrouwen, waaronder ook zelfvertrouwen, kan dus pas echt ontwikkeld worden als aan de eerste drie behoeften is voldaan. In het artikel “Een kersverse adoptiehond in huis? Neem een maand vrij!” besteed ik aandacht aan de eerste twee behoeften. In het artikel “Wandelen met je kersverse adoptiehond uit het buitenland” geef ik tips om veiligheid te creëren bij het wandelen. Laten we eens kijken naar de derde behoefte: sociaal gedrag als onderdeel van een groep.


Als je hond in het verleden afgezonderd heeft gezeten, bijvoorbeeld omdat hij in een hok in een asiel of dodingsstation zat of als kettinghond heeft geleefd, dan is hij ernstig tekortgekomen in de derde behoefte. Sociaal gedrag is dan niet vanzelfsprekend.


De Indiase etholoog Anindita Bhadra deed met een team (Bhattacharjee en anderen, 2017) onderzoek naar Indiase straathonden. Ze keken of honden liever van de grond of uit de hand van een onbekend persoon aten. Op korte termijn bleken de honden liever geen fysiek contact met onbekende mensen te willen maken. De zwerfhonden in dit onderzoek vermeden de mensen mogelijk vanwege negatieve ervaringen uit het verleden. Toch zochten de zwerfhonden in dit onderzoek die een aai over de kop kregen op langere termijn steeds sneller contact en ze gingen steeds vaker voer uit de hand eten. Uit ander onderzoek bleek dat straathonden naar vreemde mensen staren en zelfs hulp bij ze zoeken als ze een onbekende taak moeten verrichten (Bhattacharjee en anderen, 2017a).


Mens en hond zijn sinds de domesticatie met elkaar verbonden. Ook al heeft de hond een traumatisch verleden, hij heeft een innerlijke behoefte aan contact met mensen. En dat is positief, want hoe angstig hij in het begin ook is, als er sprake is van fysieke balans en stabiliteit en veiligheid, dan komt het sociale contact en vertrouwen.


Vertrouwen kun je niet afdwingen en vertrouwen van de hond voor jou en je omgeving kan best een tijdje duren, hoe aardig en lief je ook voor hem bent. Je kunt het zien als een “bankrekening van vertrouwen”, door Susan Friedman het “trust account” genoemd. Door zijn verleden kan het vertrouwen in mensen bij je hond behoorlijk laag zijn. De bankrekening staat in het rood. Je moet dan behoorlijk wat geld - positieve interacties met je hond - storten voordat je op 0 staat, laat staan voor een positief saldo.


Het is de eerste zes tot acht maanden van groot belang dat je voortdurend blijft storten. Negatieve ervaringen kunnen snel betekenen dat het saldo weer negatief is. Dit betekent:


1. Dwing je hond niet tot interactie met jou. Kijk goed naar wat je hond wel en niet wil door op zijn lichaamstaal te letten. Is je hond de eerste dagen extreem angstig, laat hem dan volledig met rust op zijn eigen plek. Beweeg zelf rustig door het huis (liefst van hem af) en zeg wat je gaat doen. Kijk je hond niet in zijn ogen en loop niet recht op hem af.


2. Als je hond niet bang is, zelf naar je toekomt en je wilt hem aaien, doe dat dan niet langer dan 5 seconden. Kniel, benader je hond van opzij en aai rustig aan de zijkant van de nek of op de borst. Loopt je hond na 5 seconden weg, dan is het genoeg (of misschien al te veel). Het mooiste is natuurlijk als de hond op eigen initiatief naar je toekomt.


3. Besteed veel aandacht aan het opbouwen van een band door er voor hem te zijn. Is je hond angstig voor iets of iemand, negeer hem dan niet en laat hem steun bij je zoeken door bijvoorbeeld tegen je benen staan of liggen. We weten inmiddels dat je hiermee de angst niet groter maakt.


4. Straf je hond het liefst nooit, maar zeker niet in deze periode, ook niet met woorden. Je staat in één keer weer flink in het rood. In het artikel "Geen "Foei", wel begrenzen" leg ik alternatieven uit voor het bestraffen.


5. Beloon je hond voor elk klein stapje dat hij maakt met woorden, een voerbeloning en – als hij het aandurft – een aai.


In deze video legt Dr. Friedman zelf het “trust account” uit.


Tot slot van deze paragraaf. Ik hoor mensen vaak zeggen dat de hond angstig is en bijvoorbeeld uitvalt omdat hij de eigenaar niet voldoende vertrouwt. Wellicht stelt het gerust om te weten dat je hond reageert op de omgeving en daar bang voor is, ook al heeft hij nog zoveel vertrouwen in jou. Het kan wel zo zijn dat de hond op jou reageert omdat je bijvoorbeeld je adem even inhoudt of de lijn strak trekt als er een andere hond aankomt, maar dat is iets anders.


Zelfvertrouwen

Vanuit onder andere de oude gedachten bij de dominantietheorie (waarover later meer) wordt gedacht dat de hond een kalme, zelfverzekerde en assertieve leider nodig heeft om meer zelfvertrouwen te krijgen. Ik heb niets tegen een kalme en zelfverzekerde eigenaar. Dat is absoluut prettig voor de hond, zeker in situaties die hij moeilijk aankan. Een eigenaar die de hond assertief en zelfverzekerd uit een voor de hond benarde situatie haalt is super.


Met het woord “leider” heb ik meer moeite. Om daar dieper op in te gaan, moet ik eigenlijk beginnen met een definitie van het woord “leider” en daarna uiteenzetten wat een leider precies doet. Nu zal ik jullie een nog langer artikel besparen, maar wat ik vaak merk is dat mensen bij leiderschap de neiging hebben om de hond alles voor te schrijven en als de hond daar niet aan voldoet, omdat hij bijvoorbeeld angstig is, te forceren, te dwingen of af te leiden van wat hij angstig is.


Waar het bij de gedachte van de eerste alinea echt misgaat, is dat je als kalme, zelfverzekerde en assertieve leider zelfvertrouwen creëert. Hoe meer je de leiding neemt, hoe meer je alles van de hond overneemt, terwijl we al zoveel voor hem bepalen. Dit resulteert in een afhankelijke hond die voortdurend moet en zal luisteren naar jou, die geen keuzes kan maken, niet zelfredzaam is en door jou wordt behoed voor kleine fouten, die zo leerzaam kunnen zijn.


Zelfvertrouwen creëer je door je hond stapje voor stapje zelfstandig te leren zijn, door zelf keuzes te mogen maken, door zelf te leren omgaan met spannende prikkels (in plaats van af te leiden van de prikkel of hem te dwingen om de prikkel te benaderen), door hem succeservaringen te geven.


Enkele tips om je hond meer zelfvertrouwen te geven:


1. Laat je hond tijdens wandelingen veel snuffelen. Hiermee verkent hij zijn omgeving, die daardoor vertrouwder en voorspelbaarder voor hem wordt. Soms kan hij wel een aantal minuten een plekje helemaal onderzoeken.


2. Laat je hond zo nu en dan tijdens de wandeling zelf de route bepalen (aan een 5 meter lijn), zolang het natuurlijk veilig blijft.


3. Laat je hond keuzes maken, bijvoorbeeld tussen twee speeltjes, een kauwbot of een kauwstaaf


4. Laat je hond zo min mogelijk in situaties komen die hij niet aankan.


5. Sommige honden lopen in huis overal achter je aan. Oefen tijdig dat je hond even alleen in een andere kamer kan blijven.


Als je hond in veel situaties gebrek aan zelfvertrouwen heeft, kun je overwegen om aan massage of Tellington Ttouch te doen. Bandages/wraps (uit de Tellington Ttouch) kunnen ook ondersteunend werken, net als bijvoorbeeld, Bachbloesem, fytotherapie en homeopathie. Doe dit niet zonder professionele begeleiding.


Niet elke trainingsmethode draagt bij aan de ontwikkeling van zelfvertrouwen. Afleiden van een angstprikkel is een "quick fix", maar leert je hond niet omgaan met prikkels waar hij angstig voor is. BAT-training is hier bijvoorbeeld wel op gericht.


Vertrouwen van jou in je hond

Jarenlang dachten onderzoekers en hondenexperts vanuit de dominantietheorie dat honden in “roedels” en ook in sociaal contact met de mens de drang hebben om de baas (de alfa) te worden. Jij als eigenaar moest voorkomen dat je hond jou de baas zou worden. Dit was voor veel eigenaren al een grote vertrouwensbreuk met hun hond, want je moest dus blijkbaar voortdurend op je qui-vive zijn dat de hond niet de macht overneemt en agressie inzet om zijn zin te krijgen. Gelukkig weten we al jaren uit diverse onderzoeken dat dit niet zo is. Ik vond vorige maand een treffende uitspraak op Facebook van Train Force Free, K9 Coach NZ.


Dogs aren’t trying to dominate you

They try to coexist with you

They don’t want control over your life

They want control over their life.


Misschien zet deze spreuk je aan het denken. Zeg eens eerlijk: vertrouw jij je hond? En zo niet, waar komt dat dan door? Is het om bepaald gedrag? Helpt het dan om te onderzoeken wat de oorzaak van dit gedrag is? Is het pijn, een bepaalde emotie? En wat kun je daaraan doen?


Door deze vragen leer je je hond beter begrijpen. Blijft een vraag onbeantwoord? Schakel een kynologisch instructeur of gedragstherapeut in. En tot slot: doe eens wat vaker leuke dingen met elkaar, net als met vrienden. Lekker spelen, in een prachtig natuurgebied wandelen of iets anders dat jij én je hond superleuk vinden. Geniet er samen van!



Referenties

Bhattacharjee, D., Sau, S., Das, J. & Bjadra, A. (2017). Free-ranging dogs prefer petting over food in repeated interactions with unfamiliar humans. Journal of Experimental Biology 2017, 4654-4660.


Bhattacharjee, D., Dasgupta, S., Biswas, A., Deheria, J., Gupta, S., Nikhil Dev, N., Udell, M. & Bhadra, A. (2017a). Practice makes perfect: familiarity of task determines success in solvable tasks for free-ranging dogs (Canis lupus familiaris). Anim. Cogn. 20, 771-776.


Bladder, M. (2018). Kijk eens naar je hond. Aan de slag met zijn gedrag. Deventer: Edicola.


Mills, D., Dube, M. en Zulch, H. (2013). Stress and Pheromonatherapy in Small Animal Clinical Behaviour. New Jersey: Wiley-Blackwell.


Dit artikel is geschreven door Michel Berendsen van de Zwerfhondenschool. Overname is zonder toestemming niet toegestaan. Delen van deze link via social media wordt op prijs gesteld.

629 keer bekeken

06 29 50 72 17

  • Facebook Social Icon
  • Twitter

©2019 by Michel Berendsen